De natuur in? Tips van wildernisgids en reisleider Myrthe

Myrthefeltenwildernis (2)

Anders Reizen begeleider Myrthe tilde haar liefde voor de natuur naar een nieuw niveau: na een jaaropleiding is ze nu gecertificeerd wildernisgids. Wij vroegen haar naar nuttige tips voor iedereen die graag de (wilde) natuur intrekt.

Welke skills heb je nodig?

Ga je de natuur in? Een goede voorbereiding is alles. Het is plezier, het ontzorgt als je ter plekke bent en het is veiligheid creëren. Voor mij zit een goede voorbereiding ook in de juiste skills op zak hebben. Denk aan:

  • Kaartlezen: Het allerleukste wat er is. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt om een 3D-weergave te ontwaren uit de platte kaart voor je. 

  • Navigeren: Dit was een belangrijk onderdeel van de opleiding: hoe navigeer je als er geen pad is? We namen de proef op de som tijdens een week in de Zweedse wildernis. We navigeerden elkaar over vlaktes, om moerassen, door bossen, langs mooie meren en over de mooiste bergtoppen. 

  • Wolken herkennen: Wat zeggen de wolken over het weer? Groeien schapenwolken bijvoorbeeld omhoog? Er komt slecht weer aan. Groeien ze tot enorme hoogte, en snel? Schuil, het gaat onweren. Zit er een kring om de zon? Regen in de ton. Dit was een belangrijke reden om me in te schrijven voor de opleiding, zodat ik een juiste inschatting kan maken van het weer als ik op pad ben. Het bracht ook weer een vergeten hobby in me naar boven: al lummelend naar de wolken kijken.

  • Vuur maken: In de wildernis is vuur essentieel. Om warm te blijven, te koken, water te ontsmetten, een noodsignaal te geven en om dieren op afstand te houden. Is een vuurtje eigenlijk niet nodig? De gezelligheid die automatisch samengaat met een kampvuur kan alsnog een leuke reden zijn om er een te maken. Let er wel op dat er geen stookverbod is op de plek waar je vuur maakt, en dat je het veilig doet.

  • Water filteren: Hoe filter je natuurlijk water als je zelf geen water (meer) hebt? Essentieel als je in de wildernis bent.

  • (Eetbare) planten herkennen: Dit was een belangrijke reden om me in te schrijven voor de opleiding. Wat groeit er eigenlijk om me heen? Inmiddels kan ik niet meer door het park of bos lopen zonder een voedselbanket te zien. Maar ik weet nu ook dat ik siroop kan maken van de lindebloesem voor mijn huis. 

Met deze basisvaardigheden kun je op een verantwoorde manier een tocht lopen. Maar er is ook veel verdieping mogelijk. Houtbewerking bijvoorbeeld, om lepels of mokken te maken. Kleien, touw leren maken van planten, shelter maken van natuurlijke materialen, navigeren zónder kaart en kompas… Zo ontwikkel je uiteindelijk ook survival skills. Je kunt je ook verdiepen in regio’s. Woestijngebied bijvoorbeeld, maar sneeuwgebieden of hooggebergtes. De wildernis is oneindig!

Gouden regel: Keep calm

Een algemene en bekende vuistregel is dat je in de natuur 3 minuten zonder lucht kan, 3 uur zonder bescherming tegen de elementen, 3 dagen zonder water en 3 weken zonder eten. Iets minder bekend, maar daarom niet minder waar: je hebt maar 3 seconden als je niet kalm blijft in een noodsituatie. Kalm blijven lukt beter als je weet waar je bent. Bestudeer de route die je gaat lopen goed van tevoren. Kilometers, hoogteprofiel, waterpunten, goede overnachtingsplekken, emergency exits

Wat neem je zeker mee?

 Enkele must-haves:

  1. Kaart en kompas, altijd. Ook als ik een route loop die bewegwijzerd is. Dit is ook omdat ik het leuk vind, maar een kaart en kompas zijn ook gewoon essentieel. Bij slecht zicht bijvoorbeeld, of een verkeerde afslag.
  2. Een waterzak van in elk geval twee liter en een waterfilter. Zonder water is de lol er al snel van af bij een trekking en bovendien gevaarlijk vanwege uitdroging
  3. Een goed mes. Altijd handig, bijna altijd nodig. Al is het om hout voor vuur te versnijden of tentlijn op maat te maken. 
  4. Een blok (biologisch afbreekbare) zeep. Goede hygiëne voorkomt infecties. 
  5. Een aansteker en firesteel als back-up.
  6. Een EHBO-kit, met de klassieke dingen zoals pleisters, ontsmettingsmiddel, noodverband, tekentang… maar ook een thermische reddingsdeken tegen hitte en kou. 

 

Daarnaast zijn het juiste slaapmateriaal en goede kledij natuurlijk belangrijk. Die twee zijn locatie- en seizoensgebonden. Wat dat betreft ziet de inhoud van mijn tas er altijd anders uit. Soms is een matje en tarp bijvoorbeeld genoeg, andere keren neem ik een tentje of muskietennet mee. Ook dit maakt goede voorbereiding zo belangrijk: weet wat er wel (en vooral niet) in je tas moet. 

Hieronder vind je een aantal praktisch toepasbare tips uit de opleiding.

Kampeertip: Hoe kies je een goede plek?

  • Blijf 100 meter van water (water in de buurt is handig, maar te dichtbij overnachten vergroot het risico op overstroming en een natte tent door condensatie)
  • Kies een droge, vlakke ondergrond
  • Zoek beschutting tegen wind als dit mogelijk is
  • Blijf weg van dode bomen of afbrokkelende rotswanden
  • Kampeer niet helemaal boven op een berg of helemaal onderaan (meer risico op onweer en wind op de top, en waterophoping onderaan)

Maaltijdtip: Hoe herken je eetbare planten?

Zoveel planten die je kent zijn eetbaar. Madeliefjes, netels, paardenbloemen, daslook... De veiligste manier om die planten te leren herkennen is door een cursus wildplukken te volgen en om een wildplukboek mee op zak te hebben als je op stap gaat. Ga zeker niet zomaar plukken. Er zijn ook giftige planten en het verschil zien is niet altijd makkelijk. 

 

Gezelligheidstip: Hoe maak je vuur?

  1. Kies een goede plek uit de wind waar vuur toegestaan is. Vermijd extreem droge of erg natte ondergrond. Baken je vuur af met droge stenen als die er zijn. Let op voor natte stenen; die kunnen uit elkaar spatten door het vuur.

  2. Sprokkel je brandbare materiaal. Verzamel altijd meer materiaal dan je denkt dat nodig is. Je hebt drie types:
    • Tondel: licht ontvlambaar materiaal, zoals droog gras, mos, schors of zaagsel
    • Aanmaakhout: kleine takjes
    • Brandhout: grotere stukken hout die het vuur aanhouden
  3. Maak een bedje met je tondel en bouw hieromheen met je aanmaakhout een soort piramide.

  4. Steek je tondel aan met een aansteker of firesteel*. Zodra de kleine takjes van je aanmaakhout branden, voeg je geleidelijk grotere stukken hout toe. Leg niet te veel hout tegelijk, want dan kan het vuur verstikken. Tip: zacht blazen op de vonkjes helpt om het vuur aan te wakkeren.

  5. Laat het vuur uitbranden en blus na met water of zand. Roer de as om en laat alles netjes achter.

*Wat is een firesteel? 

Een firesteel is een alternatief voor een aansteker. Hiermee creëer je vonken door met een schraper snel langs een magnesiumstaaf te strijken. Het handige is dat dit zelfs vonken geeft als het nat is.

Survivaltip: Hoe kom je aan drinkwater?

Maak je een lange tocht? Kijk van tevoren op je kaart waar je je waterzak kunt bijvullen. Zuiveren met een filter, door het te koken of met chemische zuiveringstabletten. Geen waterbron in de buurt? Of is je waterbron drooggevallen? Je kunt regenwater opvangen met een tarp, ochtenddauw absorberen met een doek en navigeren naar een plek waar wel water is. Tip: drink regelmatig en wacht niet tot je dorst hebt. Dorst is al een signaal van beginnende uitdroging. 

Survivaltip: Hoe navigeer je zonder kompas?

Overdag kan je navigeren met behulp van de zon, als er niet te veel bewolking is. Daar zijn verschillende methoden voor. Geen zon? Je kunt ook navigeren op basis van het bladerdak in het bos, of mos op de bomen. Zo zit mos meestal op de noordkant van een boom. Takken, bladeren en boomtoppen buigen juist de andere kant op, richting het licht. Het is geen waterdichte manier van navigeren en oefenen is de beste manier om het onder de knie te krijgen. Gebruik deze methodes alleen als er geen andere opties zijn.

In het noordelijk halfrond kan je 's nachts ook navigeren met de Poolster. Die wijst altijd naar het noorden. Je vindt ze via de Grote Beer: trek een lijn door de twee buitenste sterren van de steelpan naar boven en je komt uit bij een heldere ster: de Poolster.

Laat los, ga (samen) en geniet!

Myrthefeltenwildernis (5)

Heb je je skills op zak en je tas gepakt? Laat dan los en vertrek. Ga alleen, of ga juist samen. In beide gevallen weet je dat je gaat wandelen en ‘s avonds onder de sterren slaapt. En meer dan dat is er niet: eenvoud. Weet wel dat je ook in die eenvoud scherp moet zijn en soms veel beslissingen moet maken. 

Het kan daarom juist extra fijn zijn om samen met anderen te reizen. Ik wissel het zelf graag af. Ik ga graag alleen op pad om mijn zelfredzaamheid te vergroten, maar vind het gezellig en bijzonder om de natuurbeleving te delen met anderen. In de buitenlucht leg je makkelijk contact met elkaar en samen maak je de mooiste herinneringen. Als reisbegeleider vind ik het daarin het allermooist om alles in goede banen (en over goede paden) te leiden en om iedereen samen te zien genieten van al het moois dat een reis te bieden heeft.

Myrthes laatste en belangrijkste tip is om geen sporen achter te laten; respecteer de natuur. Het effect van de natuur op je gemoed is groots. Hoe mooi is het als de natuur geen last zou hebben van ons?

Made withby